In deze sectie komen de wijzigingen van thema Onze inwoners aan bod.
4.3 Leerplicht
De uitvoering van de Leerplichtwet 1969 is een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Alle leerlingen moeten bovendien de kans krijgen om naar school te gaan en zich te ontwikkelen. Dit betekent dat we moeten zorgen voor hulp en steun die passen bij de behoeften van elke leerling. Om de uitvoering van Leerplicht toekomstbestendig in te richten is door het MT een voorgenomen besluit genomen om de uitvoering van leerplicht volledig onder te brengen bij Menso N.V. te Emmen (hierna Menso) voor de duur van vier jaren met ingang van 1 januari 2026. Menso is de uitvoeringsorganisatie voor leerplicht in de gemeenten Emmen en Coevorden. Door de uitvoering bij Menso onder te brengen wordt de gehele BOCE regio bediend. De Ondernemingsraad heeft positief op het voorgenomen besluit geadviseerd. Op dit moment zijn de beschikbare middelen in de personeelsbegroting loonkosten leerplicht niet voldoende. Met dit voorstel beogen we structurele financiering voor de uitvoering leerplicht bij Menso. Het structurele tekort bedraagt € 40.000. Voor 2027 zal dit worden meegenomen in de Kadernota 2027.
Financieel effect: € 40.000 nadelig
4.3 Programma Woonzorgakkoord
Voor de uitvoering van het Woonzorgakkoord is in 2026 aanvullende inzet nodig voor programmacoördinatie en projectvoorbereiding. Het betreft interne en externe ureninzet binnen het BO Woonzorgakkoord. Een deel van de kosten wordt gedekt vanuit bestaande budgetten en cofinanciering via de Regio Deal, conform eerder collegebesluit. Daarnaast is voor meerdere projecten binnen fase 1 van het Woonzorgakkoord een beperkt onderzoeks- en voorbereidingsbudget nodig, zodat kan worden gekomen tot onderbouwde ramingen en besluitvorming over vervolgstappen.
Financieel effect: € 59.174 nadelig
4.3 Regiodeal II Woonzorg Zuid-en Oost Drenthe
De gemeenten Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Hoogeveen en Hardenberg hebben gezamenlijk een regionaal masterplan opgesteld gericht op het versterken van informele en inclusieve woonzorgstructuren in Zuid- en Oost-Drenthe. Op basis van dit masterplan is een aanvraag ingediend voor de derde tranche van de Regio Deal. Voor Borger-Odoorn bevat de aanvraag drie projecten die voortkomen uit de gezamenlijke Woonzorgvisie BOCE (“Wonen zonder Zorgen”) en het bijbehorende Woonzorgakkoord, waaronder een dorpsinitiatief voor informele hulp en sociale ontmoeting in Odoorn, een netwerkversterkend project in Buinerveen en een uitbreiding van de ontmoetingsfunctie in het dorpshuis van Valthermond. Bouwen aan informele, inclusieve woonzorgstructuren in Zuid- en Oost-Drenthe, samen met inwoners en partners. Zo ontstaat een toekomstbestendige omgeving waarin mensen langer zelfstandig wonen met passende ondersteuning dichtbij. De co-financiering bedraagt 20% van dit totaalbedrag, voor Borger-Odoorn gaat dit om een bedrag van € 90.520.
Financieel effect: € 90.520 nadelig
6.1 MFA Brughuus
Een aantal vrijwilligers, wil graag de dorpshuis- en sportfunctie in MFA ’t Brughuus behouden. Ze hebben aangegeven dat zij bij de start, naast de subsidiebedragen voor de huur van de ruimtes, over een exploitatiebudget moeten kunnen beschikken. In gezamenlijkheid is afgesproken een pilot aan te gaan voor een periode van twee jaar. Er is afgesproken om in kwartaal 3 2027 een evaluatie te laten plaatsvinden. Voor het dorpshuis betekent dit een aanvullende subsidie van € 63.000 per jaar incidenteel. Voor 2027 zullen deze kosten worden meegenomen in de Kadernota 2027.
Financieel effect: € 63.000 nadelig
6.1 Huisvestingssubsidie dorpshuizen
Door te indexeren kunnen de dorpshuizen de dorpshuisfunctie in de toekomst blijven uitoefenen. De huisvestingssubsidie dorpshuizen zullen vanaf 1 januari 2026 worden geïndexeerd met 3,3%. De meerkosten hiervan bedragen € 5.300. De meerkosten van de indexering vanaf 2027 structureel voor een bedrag van € 5.300 zullen worden meegenomen in de kadernota 2027.
Financieel effect: € 5.300 nadelig
6.1 Werkbudget dorpsbelangen
In de afgelopen jaren is gebleken dat, mede door stijgende prijzen, het werkbudget voor de gebiedscoördinatoren niet toereikend is. Het budget bedraagt € 5.000 per jaar. Dit budget wordt mede gebruikt voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de belangeloze inzet van de besturen van Dorpsbelangen, die zich als vrijwilliger inzetten voor de gemeenschap. De gebiedscoördinatoren hebben daardoor te weinig ruimte om zaken die belangrijk zijn, snel te realiseren. Een voorbeeld is de aanschaf van nieuwe accu’s voor de snelheidsdisplays (verkeersmiley’s). De verhoging bedraagt € 5.000
Financieel effect: € 5.000 nadelig
6.1 Participatie
De urgent maatschappelijke opgave Participatie gaat van een tijdelijke opdracht naar een implementatie in de organisatie. Eén van de onderdelen is het beschikbaar hebben van middelen (toolbox) voor de organisatie als hulpmiddel bij de uitvoering van participatie. Een onderdeel is het vormen en onderhouden van een inwonerspanel en benutten van een dashboard met betrokkenheidsprofielen. Dit zijn jaarlijkse kosten. Het budget dat nog resteert uit de UMO Participatie is (mogelijk) niet toereikend.
Financieel effect: PM
6.1 Huisvesting Oekraïniers
Voor het huisvesten van Oekraïense vluchtelingen hebben we in dit voorjaar aan uw raad wensen en bedenkingen gevraagd over mogelijke aankoop van een pand in Exloo. Daarna hebben we als college dit pand aangekocht. Op deze manier kunnen we onze bijdrage leveren aan de provinciale opgave voor het opvangen van ontheemden. De aankoopkosten (€ 845.000 k.k.) zijn in eerste instantie ten laste van de exploitatie gebracht. Voor de aankoop van dit pand en eventuele noodzakelijke aanpassingen van het pand, kunnen we als gemeente mogelijk voor een deel een zogenaamde transitievergoeding van het Rijk ontvangen. Ook ontvangen wij per Oekraïense ontheemde een vergoeding. Vervolgens wordt in deze BERAP een zogenaamde administratieve begrotingswijziging gemaakt. In deze begrotingswijziging wordt het pand geactiveerd in de balans van onze gemeente en worden alle kosten en baten geraamd . Hiermee is deze aankoop budget neutraal ten opzichte van de exploitatie.
Financieel effect: PM
6.23 SSTBO
Door meerdere (maatschappelijke) ontwikkelingen en indexatie van de salarisschalen CAO Sociaal Werk is de begroting van de Stichting Sociale Teams Borger-Odoorn voor 2026 niet toereikend. De caseload bij de SSTBO is in 2 jaar tijd (met peildatum januari) met ruim 240 dossiers gestegen en er staan momenteel rond de 200 wachtenden op de wachtlijst. Ook is het nodig dat de SSTBO voldoende voorbereid is op de implementatie van de hervormingsagenda jeugd en dat vragen van inwoners zoveel als mogelijk in het voorliggende veld opgelost kunnen worden. Er wordt een financiële bijdrage gevraagd voor extra formatie bij de SSTBO om de huidige kwaliteit van dienstverlening te behouden en te kunnen voldoen aan de opdracht voor stevige lokale teams.
Financieel effect: € 360.000 nadelig
6.23 Coördinatie buurtkamer
Op 26 juni 2025 is de motie ‘uitbreiding buurtkamers’ aangenomen, over de afdoening is de raad op 12 maart 2026 geïnformeerd. Uit de afdoening van de motie blijkt dat coördinatie gewenst is. De meerkosten bedragen € 15.000.
Financieel effect: € 15.000 nadelig
6.3 Participatiewet
Het tekort op de uitkeringen wordt veroorzaakt door dat de kosten reguliere bijstand hoger uitvallen dan de bijdrage vanuit het Rijk voor de uitkeringen (BUIG). De verwachting is landelijk dat de komende jaren de uitkeringen en de duur van de uitkeringen blijven toenemen waardoor een blijvende verhoging van het budget noodzakelijk is.
Financieel effect: € 300.000 nadelig
6.3 Budget Jeugdfonds
Budget Jeugdfonds is niet toereikend. Uit dit budget worden de subsidie aan Jeugdfonds Sport en Cultuur en Humanitas gefinancierd. De meerkosten voor 2026 bedragen € 5.000.
Financieel effect: € 5.000 nadelig
6.60 Algemene kosten WMO
De algemene kosten Wmo, onder andere advies en onderzoekskosten en kosten cliëntondersteuning, zijn tot nu toe structureel te laag begroot. Nu definitief aanpassen met een ophoging van € 100.000. Er is dekking vanuit het budget Wmo Huishoudelijke hulp.
Financieel effect: € 100.000 nadelig
6.711 Huishoudelijke hulp
De begroting voor Wmo Hulp bij het huishouden in 2026 is gebaseerd op de begroting van 2025. De begroting 2025 lag uiteindelijk € 900.000 hoger dan het werkelijke resultaat van 2025. De begroting van 2025 bleek te hoog geraamd. De oorzaken hiervan waren:
1. Er is gerekend met de nieuwe financieringsmethode voor het gehele jaar 2025
2. Er is minder gedeclareerd dan waarvoor geïndiceerd als gevolg van zomer- en feestdagenkrapte en arbeidsmarktkrapte.
3. Er was een daling van het aantal rechthebbende cliënten.
Voor Berap I 2026 verwachten we voor Huishoudelijke hulp € 500.000 teveel te hebben begroot om dezelfde redenen als voor de onderbesteding van 2025. Hierbij al rekening houdende met eventuele stijging van het aantal van cliënten en met indexaties.
Financieel effect: € 500.000 voordelig
6.752 Jeugdhulp
De begroting voor jeugd is in 2026 in de Kadernota incidenteel opgehoogd met € 500.000. Dit is een gedeelte van het verzoek wat destijds op de DPL stond € 1.600.000 op basis van de werkelijke uitgaven van 2024. Om het budget van 2026 op het niveau van de werkelijke uitgaven 2025 te krijgen zal het budget nog met € 750.000 extra opgehoogd moeten worden. Met deze ophoging wordt nog geen rekening gehouden met de prijsindexatie in 2026 van 5,2% (OVA). Totaal levert dit een nadelig effect op van € 1.125.000.
Financieel effect: € 1.125.000 nadelig
7.1 GGD
Dit betreft een verhoging van de tarieven van de additionele activiteiten Jeugdgezondheidszorg, verhoging tarieven forensische geneeskunde en de onvoorziene inspectie Technische Hygiëne Zorg.
Financieel effect: € 45.000 nadelig
7.1 Hitteplan
Een lokaal hitteplan zorgt ervoor dat inwoners beter beschermd zijn tegen extreme hitte. Kwetsbare groepen, zoals ouderen en jonge kinderen, ervaren daardoor minder gezondheidsproblemen. Daarnaast zorgt het voor bewustwording en weten inwoners en organisaties beter wat zij kunnen doen om zich te beschermen tijdens hitte. Hierdoor is de gemeente stap voor stap beter voorbereid op een warmer klimaat. Dit betreft budget om in 2026 te kunnen starten met de uitvoering van het Hitteplan.
Financieel effect: € 13.000 nadelig
